Inleiding
Het eiland Walcheren was lange tijd verdeeld in vier zogenaamde wateringen. Voor elke watering bestond er een 'overloper' waarin elke parochie of elk ambacht, gelegen in de watering, stond beschreven, verdeeld in 'blokken'. Per blok werden alle percelen opgetekend, met daarbij de naam van de eigenaar en van de gebruiker en de grootte. Zowel de grootte van de blokken als die van de percelen liep sterk uiteen. Op Walcheren rekende men met de Blooise maat, waarbij 1 Bloois gemet gelijk was aan 300 roeden (1 gemet = 0,4 hectare). De optekening van al die percelen geschiedde om het 'geschot' te kunnen berekenen: de bijdrage in de kosten voor aanleg en onderhoud van watergangen, sluizen, heulen en buitendijkse werken, waartoe elke grondeigenaar verplicht was. Vrij van geschot, en dus ook niet in de overlopers beschreven, waren moerassen, wegen, watergangen, dijken, duinen, steden en de ring van de meeste dorpen. Wel komen wegen en watergangen soms voor in de blokomschrijvingen. | ![]() |
